ISO certificatie bij Onlineadviseren.nl

Milieu

In deze rubriek vindt u vragen en antwoorden met betrekking tot Milieu.

Heeft u zelf een vraag?

Zijn er opslageisen gesteld aan gevaarlijke stoffen die gebruikt worden tijdens de werkzaamheden?

Ja, deze gevaarlijks stoffen die niet in een opslag en/of magazijnlocatie staan worden gekenmerkt als werkvoorraad. Voor werkvoorraad gelden de volgende eisen:

  • De werkvoorraad moet strikt noodzakelijk zijn;
  • Per gevaarlijke stof mag ten hoogste één aangebroken verpakkingseenheid aanwezig zijn, plus één reserve;
  • De werkvoorraad mag zich niet bevinden in een rijroute van vorkheftrucks of andere transportmiddelen;
  • De werkvoorraad mag het vluchten niet belemmeren;
  • Gevaarlijke stoffen en/of CMR-stoffen die als werkvoorraad in een productie- of werkruimte of nabij een procesinstallatie aanwezig zijn, moeten worden bewaard in deugdelijke verpakking, die bestand is tegen de desbetreffende gevaarlijke stof;
  • Indien de werkvoorraad bestaat uit een hoeveelheid van meer dan 50 l dan moet de verpakking zijn geplaatst boven een lekbak of een gelijkwaardige voorziening. Hiervan kan worden afgeweken als (het desbetreffende deel van) de vloer van de desbetreffende productie/werkruimte ten minste vloeistofkerend is. Voor brandbare vloeistoffen is echter altijd een lekbak of een andere gelijkwaardige voorziening vereist.

Daarnaast kan een milieudienst (bevoegd gezag) altijd aanvullende eisen stellen op basis van bijv. omgevingsrisico's. Specialisten van Onlineadviseren.nl kunnen tijdens een beheerbezoek uw specifieke situatie beoordelen en praktische oplossingen aandragen. Voor meer informatie zie www.onlineadviseren.nl/beheer/
 

Hoe stel ik een CO2 footprint op?

Voordat men over kan gaan tot het opstellen van een CO2 footprint rapportage moet eerst bepaald worden voor welke organisatorische grens de footprint moet worden opgesteld. Deze zogenaamde organizational boundary kan worden vastgesteld op basis van twee methoden, namelijk het de laterale methode of de GHG-protocol methode.

Het opstellen van een footprint begint bij het inventariseren van de diverse energiebronnen welke binnen de vastgestelde boundary aanwezig zijn. Vervolgens dienen deze energiebronnen verdeeld te worden over 3 verschillende scopes conform de indeling van het GHG-protocol of de CO2-prestatieladder 2.1. Scope 1 en 2 hebben te maken met de eigen directe en indirecte emissie van CO2, scope 3 bevat alle overige emissie die van toepassing zijn op voortbrengingsproces binnen uw organisatie.

Nadat alle emissiebronnen zijn geïdentificeerd en ingedeeld in de 3 scopes wordt begonnen met het verzamelen van alle verbruiksgegevens. Afhankelijk van de emissiebron is er een specifieke eenheid van toepassing. Deze eenheid dient overeen te komen met de eenheid die gebruikt wordt bij de conversiefactor waarmee de verbruiksgegevens omgerekend worden naar CO2 emissies.

De berekende CO2 emissies en de verbruikgegevens kunnen vervolgens worden gebruikt voor het opstellen van een CO2 footprint rapportage conform NEN-ISO 14064-1 § 7.3. In deze paragraaf zijn een aantal verplichte onderdelen (§ 7.3.1) en een serie optionele onderdelen (§ 7.3.2) opgenomen welke gezamenlijk zorgen voor een complete CO2 footprint rapportage. Een beheerabonnement op onlineadviseren.nl biedt tools voor het opstellen van een CO2-inventarisatie en –rapportage. Meer weten over het beheerabonnement, http://www.onlineadviseren.nl/beheer/